
De naam Tony MacAlpine staat synoniem voor moderne muzikale virtiositeit. Of hij nu optreed als solo artiest, als bandlid, sessie muzikant of als producer, Tony MacAlpine blijft bewijzen dat hij een van de meest verbazingwekkende en multifunctionele artiesten is.
In zijn 25 jarige loopbaan heeft hij 11 solo albums geproduceerd, geschreven en gearrangeerd. Hij heeft ook 4 albums met zijn jazz-fusion band CAB, drie met zijn progressieve rock band Planet X en een aantal losse albums met diverse band projecten uitgebracht. Daarbij komt ook nog eens dat hij samen heeft gespeeld als gastmuzikant bij een lange lijst andere artiesten.
Tony werd geboren in Springfield Massachusetts en in zijn jonge jaren was hij reeds een klassiek geschoolde pianist en violist. Hij begon zijn muzikale opleiding toen hij 5 jaar oud was aan het Springfield Conservatorium voor Muziek. Tony ging vervolgens verder op het HARTT College op de Hartford Universiteit van Conneticut.
Toen hij 12 was pakte hij een gitaar vast en werd later, in 1984, ontdekt door Mike Varney in het blad Guitar Player Magazine, en werd hij de leider van de neoklassieke gitaar virtuose beweging van de late mid jaren 80. Zijn debut album Edge of Insanity en het daarop volgende album uit 1987, Maximum Security, worden door veel muzikanten als bron van inspiratie genoemd. Tony nam de gitaar en piano voor zijn rekening op Edge of Insanity, met Billy Sheenan op bass en Steve Smith op drums, en alle instrumenten, met uitzondering van de drums door Deen Castronovo en Atma Anur op Maximum Security, waarop hij zijn meesterlijke muzikale diversiteit toont die bestaat uit klassieke muziek, jazz en de fusion invloeden die overgingen in het hardrock/metal genre.
MacAlpine ging verder met zijn uitzonderelijke werk gedurende de jaren 90, in welke hij de albums Freedom to Fly (1992), Madness (1993), Premonition (1994) en Evolution (1995), welke nog heden ten dage tot de best verkochte albums uit zin Discografie gerekend mogen worden.
In de late jaren 90 voegde Tony zich bij Derek Sherinian (Dream Theather, Billy Idol) en Virgil Donati (Steve Vai, Scott Henderson), om de progressieve rockband Planet X op te richten. Met deze band werd er geregeld dor Europa en zuid-Amerika getoured. In 1999 vroeg Bunny Burnel (Chick Corea, Herbie Hancock) aan Tony of hij zich niet bij zijn jazz-fusionband CAB wilde aansluiten, samen met drummer Dennis Chambers (John McLaughlin, Carlos Santana) en toetsenist Brian Auger (Tony Williams, Jimi Hendrixz. Dit leidde ertoe dat er in 2000 een zelfbenoemd album uitkwam en het voor een grammy genomineerde album uit 2001 "CAB2" uitgebracht werd.
Niet veel later werd Tony door collega gitaar virtuoos, Steve Vai, samen met Billy Sheenan op bass gevraagd zich bij hem aan te sluiten. Hij speelde er vaker gitaar en keyboard samen, vaak copieerde hij de fenomenale leads van Vai op beide instrumenten. Tony tourde en trad samen met Vai op gedurende een periode van 7 jaar, in welke hij voor honderduizende mensen speelde en waar hij te horen was op de dubbele platinum DVD Live at the Astoria London" samen met de G3'03 in Denver en G3 Live in Tokyo DVD's.
In 2006 vierde Shrapnel Records het 20-jarige jubileum van Tony met het album Collection - The Shrapnel Years, een album met de meest verhitte muzikale momenten, doordrenkt van rock en fusion composities waarin eens te meer bleek wat uitzonderelijke techniek Tony bezit, naast de muzikale flair die hem toegedicht wordt. Deze nummers bevatten meer dan uitstekende optredens van enkele der groten uit de progressieve muziek, inclusief drummers Steve Smite, Deen Castronovo, maar ook bassisten Billy Sheenan en Tony Franklin en nog enkele andere der groten.
In 2007 was Tony de gitarist van de Franse pop-legende Michel Polnareff, die toen bezig was met een uiterst succesvolle come-back tour in Frankrijk, waar hij in 3 maanden tijd voor meer dan een half miljoen mensen speelde Een speciale uitzending van dit event werd uitgezonden op de franse televisie, door heel Frankijk heen.
Zijn laatste nieuwe, naar zich zelf vernoemde album werd uitgebracht op 21 Juni 2011, en markeert de lang verwachte terugkomst naar het solo werk. Premier Guitar Magazine noemde het een van de beste instrumentale albums van het jaar. 12 schitterende nummers lang, vol met 7 en 8 snarige gitaren van MacAlpine, naast het keyboard, de bass en het programmeren, samen met drum legendes Virgil Donati en Marco Minnesmann. Het wordt door MacAlpine zelf omschreven als het tot nu toe beste album. Een album dat de lat een stukje hoger legt voor alle gitaristen ter wereld.
EventList powered by schlu.net