Javier Vargas werd geboren in Madrid, kort nadat zijn ouders Buenos Aires verlieten, waar ze enkele jaren van te voren heen emigreerden. Negen jaar later, ging de familie wederom terug naar Argentinie en dat is waar Javier begon met het gitaarspelen.
Zijn eerste muzikale invloeden kunnen terug vervolgd worden naar de Argentijnse rock aan het eind van de jaren 60 en begin jaren 70, bands als Led Zeppelin, Black Sabbath, Cream, Rolling Stones, The Doors, en muzikanten zoals Jimi Hendrix, Carlos Santana of B.B.King, welke heden ten dagen nog grote invloed hebben.
In de 70 jaren besloot Javier om naar de VS te gaan om muziek te studeren. Hij leefde in Nashville, Tennessee en in Los Angeles, en speelde in clubs en nam deel aan opnames als session gitarist. Elke nacht deed hij aan jam-session met amerikaanse en engelse artiesten en met zeer belangrijke muzikanten als Alvin Lee, Roy Buchanan, Canned Heat welke allemaal zijn stijl beinvloeden.
Hij ging vervolgens in de 80 jaren terug naar Spanje waar hij zich aansloot bij de Miguel Rios band en deelnam aan de opnames van meerdere albums van de band. Los Viejos Rockeros Nunca Mueren, Rock and Roll Boomerang, Rock and Rios, nummers zingend als
Un Caballo Llamado Muerte, Generación Límite, of Nueva Ola. Hij speelde ook met het Orkest Mondragon en werkte als sessie muzikant en componist.
In 1990 maakt hij de meest belangrijke stap in zijn loopbaan en begint hij met een eigen band: Vargas Blues Band.
All Around Blues is het eerste album dat Vargas opnam als leider van de Vargas Blues Band, samen met Elena Figueroa en Philip Guttman en anderen.
In 1992 bracht hij Madrid - Memphis uit, samen met help van Care Bell en Lousiana Red, Flamengo gitarist Rafael Riqueni en de stem van Philip Guttman en Jeff Espinoza.
Beide albums werden erg populair en braken in Spanje de verkoop cijfers voor Blues gerelateerde muziek.
In februari van 1994 kwam Blues Latino uit waarop onder andere Flaco Jimenes, Chris Rea, Junior Wells en Andres Calamaro meewerkten, het werd overal door het verschillende publiek goed ontvangen. Het album werd ook uitgebracht in Argentinië en speelde de band ook in Buenos Aires met een ongekend succes.
Het nummer Blues Latino werd later opgenomen door Carlos Santana en werd het opgenomen op het album Santana Brothers. Santana speelde ook Blues Latino in Woodstok in 1994.

In mei 1995 werd Texas Tango opgenomen in de Ardent Studios in Memphis en Austin, Texas. Het werd geproduceerd door Jim Gaines met medewerking van Double Trouble, Stevie Ray Vaughns band, Larry T. Thurston (bluesbrothers) en Preston Shannon. Het album kwam uit in Spanje, Frankrijk, Zwitserland, Colombia, Mexico en Brazilië.
In 1996 speelt de band live in Parijs en op festivals in Frankrijk, Portugal en op het Montreux Jazz Festival in Zwitserland. In juli werd Javier uitgenodigd door Carlos Santana om samen twee nummers in het Zenith in Parijs te spelen. De passie die door beide gitaristen uitgestraald werd maakte het publiek hoorndol. De uitnodiging werd herhaald in 1998 toen Santana in Madrid speelde, in Parijs, en gedurende de Supernatural Tour in Spanje.
In 1997 werd het album Gipsy Boogie opgenomen tussen Madrid en Memphis, wederom met Jim Gaines als producent., Het werd gemixed in Florida en gemasterd in New York. Er werkten onder andere Raimundo Amador, La Chonci, de cubaanse zanger David Montes, Chester Thomson, Lonnie Brooks, Larry McCray, Little Jimmy King, David Alen en Larry Graham (voormalig Sly & The Family Stone) aan mee. Het album dat uitgebracht werd in 24 landen werd genomineerd voor de Premios Amigo en de band ging vervolgens op tour door Frankrijk, Italië, Duitsland en Protugal.
In December 1998, introduceerde Larry Graham, toenmalig muzikale directeur van de Artiestenband - The New Power Generation, aan de Arties voormalig bekend onder de naam Prince, die op zijn beurt Javier uit nodigde om met verschillende nummers mee te spelen, tijdens zijn optreden in het kader van zijn concert Jam of the Year tournee in Madrid.
Feedback/Bluestrology kwam in 1998 uit als een dubbel cd, het was het zesde album van Vargas. Het werd opgenomen in het VK, en co-producent was Ian Taylor ( de producer van Gary Moore) samen het het gebruikelijke Memphis Team van medewerkers, Steve Potts, Dave Smith en Ernest Willianson en de band's zanger Bobby Alexander en David Montes. Bluestrology zou ook als apart album in 2000 verschijnen.
In December 1998 reisde de Vargas Blues Band naar de VS, Chicago, om daar hun eerste live-album op te nemen, in Buddy Guy's Legend. Het gastoptreden kwam toen voor rekening van Larry McCray, harmonica muzikant SugarBlue en Flamenco Elena Andujar. Het concert werd opgenomen door een mobiele opnamestudio onder leiding van Ian Taylor. Javier speelde ook op het podium van Legends omdat hij uitgenodigd werd door de Texaanse gitarist Chris Duarte. In December van dat jaar werd de opname afgerond in de Kirios Studios in Madrid, met een uitmuntend gastoptreden van Elena Andujar, David Montes, Juan Gumes en Gino Pavone, evenals Jorge Lema en David Sanches, Jota Marsan, Fran Montero en Ian Taylor aan het roer. Het album Madrid-Chicago Live en de videoclips kwamen uit in 2000.
Last Night zit vol met alle nummers die opgenomen werden in Legends en de DVD van het concert in Madrid zaten vol met scenes uit Chicago. Het werd bewerkt in 2002 en ontving zeer goede rescensies in Spanje, maar ook de rest van Europa en de VS.
2002 is het jaar van de reunie van Javier met zijn roots, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Javier Vargas & Espiritu Celest, Tributo Al Rock Argentino, is het album dat de muzikale ervaringen die hij beleefde in Argentinie samenbrengt en de invloed die de locale muzikanten, Litto Nebbia, Pappo, Claudio Gabis ofLuis Alberto Spinetta op hem hadden. Het album beinhoudt 16 versies van grote Argentijnse Rocknummers zoals Avellaneda Blues”, “El Tren de las 16”, “Mr. Jones” and “La Balsa” en met gastoptredens van Litto Nebbia zelf, Keeper muzikant German Burgos en Luis Mayol op zang en bas.
In 2003 kwam het eerste compleet instrumentale album, Chill Latin Blues uit. Later dat jaar, in November werd het opgenomen live concert in Oasis in Zaragoza uitgebracht onder de naam Spanish Fly. De kwaliteit van de opnames zijn zo goed dat platenmaatschappij Dro East West besluit om een DVD met een keuze van 14 nummers uit het normale repertoire van de band en enkele nieuwe songs erop uit te brengen. Ook werden de versies van Fleetwood Mac's Albatross en het nummer Steppin Stones van John Mayall inbegrepen op de DVD.
In het begin van 2004 kwam de cd/boek compilatie uit, op de markt gebracht door DRO East West als een speciale editie met een collectie van nummers van hun bekendste muzikanten.Ook begon Vargas in 2004 met de opnames van Love Union, Peace in de Ardent Studios in Memphis, waar hiuj ook Texas Tango samen met John Hampton als geluidstechnicus had opgenomen, gastmuzikanten waren Glenn Hughes, Jack Bruce, Alex Ligertwood, Elliot Murphy, Jaime Urrutia en flamenco gitarist Juan Comes, en nog enkele anderen.
Het album dat in maart 2005 uitkwam, had dertien nieuwe songs die wat meer op rock gebaseerd waren en een goed karma hadden. Enkele van de populairste nummers waren Tiny Paradise, Dance Away the Blues, Magic of the Gods of How Verso Are You, welke de titelmuziek was voor de Toyota Verso Reclames. Een later uitgebrachte editie van dit album bevatte ook nog een DVD.
De Vargas Blues Band won aan internationale bekendheid vooral in 2006-2007, toen de band o.a. door Canada, Noorwegen, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk deelnaam aan prestigieuze festivals zoals op het Mont-Trêmblant Blues Festival (Montreal-Canada) en Fête du Lac des Nations, in Sherbrooke (Canadá), samenspelend met o.a. Credence Clearwater Revival, of op het Notodden Blues Festival (Noorwegen)samenspelend met Gary Moore, Johnny Winter en Jeff Healey, en nog enkele anderen. In maart 2007 kwam het album Lost and Found uit, inclusief 12 nummers, waarvan er 3 gezongen worden door Devon Allman en een DVD met twee uur aan videoclips en live materiaal van de Europese en Canadese tours erop. Enkele van de meest belangrijke nummers zijn “Man on the Run”, “Open your Eyes”, “Lost & Found” en een versie van Layla van Derek and the Dominos, gezongen door Devon.
In mei 2008 kwam het album Flamenco Blues Experience uit, het was een mix van flamenco, bues en rock. Het liet de veelzijdigheid van Javier zien. Het werd in de Ardent Studios opgenomen met wederom John Hampton als geluids-technicus en Jason Latshaw als mixer. Bob Masse ontwierp de cover van het album. Aan dit album werkten mee Frank Marino, Devon Allman, Raimundo Amador, Steve Potts, David Smith, Mauri Sanchís, Rey Morao and The Cherry Boppers, zang door Devon, Tim Mitchell en Bobby Alexander. het zijn 11 nummers zoals “Walking the Streets”, “Beautiful Woman”, “Blues para Lucia”, “Tierra del Vino” en“No pasa nada”.
In Juni 2009 kwam het album Vargas Blues Band, Comes Alive With Friends uit. Het album bestond uit een DVD en een CD. Eendigipack met een ongeloofelijke mooie opname uit het live concert in Sala Breogain in Vigo, december 2008 gehouden met Henry Sarmiento in leiding voor het technische gedeelte, met medewerking en gastoptredens van Devon Allman, Raimundo Amador, Claudio Gabis, Jorge Salan and Álvaro Tarquino “Chevere”, and the new Vargas Blues Band: Tim Mitchell (zang), Luis Mayol (bass), Peter Kunst (drums), en Javier Vargas (guitar). De DVD bestaat uit 20 nummers en de CD uit veertien. Het hoofdnummer op het album is een nummer van Neil Young, Down by the River genaamd en het wordt gezongen door Devon Allman. Enkele titels van andere nummers zijn: “Get Away with Murder”, “Blues in my Soul”, “Wild West blues” en“Mojo hand”. Gedurende de herfst en winter van 2009 en het hele daaropvolgende jaar, zou de band touren door Spanje en Europa om het nieuwe Album te promoten. Parallel hiermee zou Javier de tour Live Guitar Night 2010 samen met Jorge Salan gaan doen. Een erg moedige keuze van de twee beste spaanse gitaristen van het moment.
In mei 2010 kwam het nieuwe studio album, Mojo Protection Revisited uit. Dit is een revisie van het album dat in 2008 in Argentinië onder de naam Mojo Protection verschenen is. Er staan enkele nieuwe nummers op van Tim Mitchell en Javie, zoals "Talking About the Blues", "You Got Me", "Passion Blues", of "Mojo Protection", opgenomen met de laatste line-up van de band.: Javier, Tim, Luis Mayol (bass) en Peter Kunst (drums).
In Maart 2011 begon Javier met een nieuw project genaamd Vargas, Bogert & Appice of VBA in het kort. Men reisde naar Las Vegas om samen met de legendarisch Carmine Appice, Tim Bogert, beide voormalig Vanilla Fudge, Cactus, Jeff Beck, King Cobra en met Paul Shortino, op zang die speelde o.a. bij Rough Cutt en Quiet Riot. Dit is een album met versies van rock en R&B nummers met een nieuwe aankleding. Het album werd opgenomen in de Hit track Studios in Las Vegas en afgemixed in de Ardent Studios in Memphis, door sound engineer Brad Blackwood. Het kwam in juni 2011 op de markt en zal als re-release internationaal op de markt gebracht worden door Warner als een Cd met een speciale CD Live Wire plus een DVD met de "making of" van het Bogert, Appice en Shortino album.

Carmine Appice, geboren op 15 december 1946 is een amerikaanse Rock drummer van Italiaanse afkomst en is de oudere broer van Vinny Appice. Hij onderging een klassieke scholine in de muziek en werd beinvloed door de jazz drummer Buddy Rich en Gene Krupa. Men kent Appice vooral in de associatie met Vanilla Fudge, Cactus en het power trio Beck, Bogert & Appice.
Appice staat erom beken een echte showman te zijn, gooien en draaien met de drumsticks. Hij word gezien als een van de showmannen die het meest bereikt heeft in de rock en was de eerste rock drummer die clinics hield op universiteits campussen, theaters en drum zaken. Hij is een voorbeeld vooral voor mensen als John Bnham, Cozy Powell, Ian Paice, Dave Knepp, Joey Markowski, Nicko McBrain, Joey Kramer, Bill Ward, Roger Meddows-Taylor, Phil Collins, Neil Peart, Tommy Lee, Dave Lombardo, Richard Christy, David Kinkade, Ray Mehlbaum, Robb Reiner en Eric Singer.
The Realistic Drum Method, het bestsellende boek van Appice werd voor het eerst in 1972 uitgebracht. Sindsdien is het enkele malen opnieuw gedrukt en uitgebracht onder de naam The Ultimate Realistic Rock Drum Method. Het behandeld de basis elementen van rock ritme en poly-ritmes, lineare basispatronen en groeperingen, shuffle ritmes, hi-hat en dubbele bass drum oefeningen.
Appice werd bekend door zijn lidmaatschap bij Vanilla Fudge, hier had hij de rol van percussionist. Appice deed samen met bassist Tim Bogert de achtergrond harmoniën. Na 5 albums besloten Appice en Bogert de band te verlaten om vervolgens de blues-rock formatie Cactus te vormen, samen met zanger Rusty Day en Jim McCarty. Appice verliet samen met Bogert Cactus om zich aan te sluiten bij Jeff Beck. Samen vormden zij het powertrio Beck, Bogert & Appice. Appice ging toen, 1977, naar Rod Stewarts backing band en schreef daar samen de nummers als Da Ya Think I'm Sexy en Young Turks. Hij speelde ook op het gelijknamige Paul Stanley (kiss) solo album.
Hij was ook lid van KGB, waarin o.a. Ray Kennedy, Ric Grech, Mike Bloomfield en Barry Goldber speelden. Appice nam albums op met artiesten zoals Stanley Clarke, Ted Nugent en Pink Floyd. Hij speelde ook samen met John Sykes bij King Kobra en Blue Murder. Op 23.05.1981riep burgermeester Tom Bradley van Los Angeles de dag uit tot Carmine Appice Dag, voor Appice een herkenning voor het vele vrijwilligerswerk en onderwijs dat hij belangeloos gaf. Later in dat jaar toerde hij samen met Ozzy om diens album Bark at the Moon te promoten.
In 1995 nam hij samen met de argentijnse gitarist Pappo het album Caso Cerrado op. Ze werden bijgestaan door bassist Tim Bogert, die 4 nummers op het album inspeelde. In 2000 vormde Appice samen met Tim Bogert en Rick Derringer het powertrio DBA, hij werd wederom samengebracht met Bogert toen men Vanilla Fudge nieuw leven in blies.
In 2005 werd hij officieële donateur van Little Kids Rock, een non-profit organisatie die gratis muziek instrumenten en les geeft aan kinderen die het niet al te breed hebben.. Hij leverde persoonlijk alle instrumenten af bij de kinderen die aan het programma deelnamen. Hiervoor moest hij soms dwars door het hele land reizen. Ook organiseerde hij benefiets concerten en zit hij in de raad van bestuur van de stichting.
In 2006 vormde hij het drum ensemble SLAMM, waarin Appice samen met 4 jonge drummers muziek maakte. De show die ze hadden werd "Stomp op Stereoiden genoemd. De band maakte ook een promotievideo voor het kabelnetwerkstation ESPN, waarin een NASCAR gerage als set diende en het werktuig van de monteur als muziek instrumenten dienden. Ze werden als beste nummer twee verkozen door het Drum tijdschrift voor percussie ensembles (2008), dit na aanleiding van een speciaal optreden op het festival dat door het tijdschrift georganiseerd werd. SLAMM is ook te vinden in op de DVD van het festival, Modern Drummer genaamd.
In 2009 nam hij het album Carmine Appice's Guitar Zeus:Conquering Heroes op. Dit was het derde album in de Zeus serie. Op deze albums kreeg hij medewerkin van mensen als Jennifer Batten, Brian May, Ted Nugent, Richie Sambora, en Yngwie Malmsteen.
Carmine Appice leeft in New York en Los Angeles samen met Gold.
Onlangs heeft hij zijn talenten beschikbaar gesteld voor de Sly Stone CD I'm Back! Family and Friends, waar hij te horen is op het klassieke nummer van Sly "Stand!". Het album kwam op 16.08.2011 op de markt.
Op het ogenblik tourt hij samen met de Michael Schenker Group door de VS.
Veteraan hard-rocker Paul Shortino, het bekendst vanwege zijn werk als frontman van Rough Cutt en Quiet Riot, is een meesterlijke zanger in de traditie van Paul Rodgers en Robert Plant, twee van zijn grootste voorbeelden. Rijk, expressief en bluesachtig, zijn intense stem straalt echt uit dat hij echt diep in het rock en roll geloof zit. En dat heeft hij de afgelopen 2 decennia bewezen, door deel te nemen aan de diverse projecten. Vandaag de dag als hij niet bezig is met het schrijven en/of opnemen van nieuw materiaal, ontwikkeld en produceert hij nieuwe artiesten voor MusicWorks Entertainment, en zijn nieuwe label Rock Quarry Records, het bedrijf dat hij samen met mede-musikant en goede vriend J.T. Garret stichtte.
Naast zijn rol als authoriteit op het gebied van de hard-rock staat hij ook bekend voor zijn nogal andere, doch gerelateerde rol. In de vroege dagen van Rough Cutt, toen Wendy Dio voor het eerst bezig was hen beroemd te maken, werd hij door een vertegenwoordiger van het casting bedrijf betrapt in de befaamde Troubadour nachtclub in L.A. Paul moest op auditie komen en deed hij dit in zijn wit lederen duds- Oh ja, hij herinnert zich dat nog als de dag van gisteren. Voor dat hij het wist speelde Paul in de in 1984 uitgekomen film "Spinal Tap" Terwijl hij op weg was naar zijn uitverkochtte concert liep hij gewoon langs de gasten van Spinal Tapin het hotel in Memphis waar hij verbleef. Het was eigenlijk een Burbank Holiday Inn zegt Paul. Fame's manager gespeeld door Howard Hesseman, zegt vervolgens tegen Tap de klassieker, We zouden graag willen blijven en een beetje kletsen, maar we moeten naar de lobby en daar een beetje rondhangen totdat de limosine komt.
In het echte leven maakt Paul al muziek zolang hij zich kan herinneren, en heeft hij de nodige ups en downs meegemaakt die inherent aan deze industrie zijn. Het hebben van de kans om zich op zijn eigen manier te profileren in het rock en roll circus is van onschatbare waarde voor hem, tegen de tijd dat hij Fame speelde stond hij al op zich zelf in de spotlights. Het was een reis die begon in Ohio, toen, op 6 jarige leeftijd, begon met samenzingen met zijn moeder, die zangeres was. Toen zijn ouders in zijn vroege tienerjaren uit elkaar gingen, verhuisde Paul met zijn moeder mee naar Zuid Californie. Hij kreeg een gitaar en bass gitaar en begon als minderjarige in de regio Glendale samen met anderen op te treden in diens clubs.
De eerste professionele opnames van Shortino waren als een helft van het duo Paul en JoJo, het was de door Snuff Garrrett geproduceerde single Follow Me, dat uitkwam op Bell Records, een veilige haven voor artiesten, inclusief de 5th Dimensions, The Partridge Family en Al Green. Paul begon met zingen en het spelen van de gitaar in de clubs van LA. Meestal deed hij dit met cover materiaal maar had ook eigen nummers die hij ten gehore bracht. Shortino werd een veel geziene gast in de scene, The Sunset Strip. Dit was ook waar de kern van Rough Cutt samen kwam, oorspronkelijk bestaand uit Jake E. Lee, die samen met Ozzy Osbourne beroemd zou worden en Craig Goldy, die dit ook deed met Giuffria en Dio.
Toen Rough Cutt op een KLOS-FM compilatie album werd gezet, voor de beste bands uit LA zonder contract, en na concerten te hebben gegeven in de VS, Europa en Japan, kregen zij een contract aangeboden bij Warner Bros. Records in 1984. De band, bestaand uit Shortino op zang, Amir Derakh & Chris Hager op gitaar, David Alford op drum en Matt Thorn op bass, bracht het jaar erna al hun debut album uit. Dit album werd geproduceerd door Tom Allom ( Judas Priest, Def Leppard, The Strawbs), en de band explodeerde door het stemgeluid van Shortino en als nieuwelingen, ongeloofelijke nummers ten gehore brachten als Take Her en Cut your Heart Out. Al snel na het uitkomen van het debut album opende de band o.a. voor Dokken en Dio in het LA Forum en paul herinnert zich dit als een ongeloofelijke bevestiging van hun kunnen. Ik heb Led Zeppelin gezien als jonge knaap en ik wilde al altijd in het Forum spelen, het was alsof een droom waarheid werd.
Wants You! kwam uit in 1986 en werd geproduceerd door de legendarische Jack Douglas (John Lennon, Aerosmith, Cheap Trick, Alice Cooper, etc.). Het was schitterend om samen met hem te werken zegt Shortino, er aan toevoegend, hij vertelde mij hoe Steven Tyler zijn nummers schreef en dit hielp enorm bij het schrijven van mijn eigen nummers, vooral hoe je het best vanuit je persoonlijke ervaringen kunte werken. Minder metal en meer rechtdoor zee achtige hard rock in de trend van Motley Crue en Bon Jovi, zou de tweede uiting van Rough Cutt een hele schare nieuwe fans trekken, velen zien de band tegenwoordig als een van de best bewaarde geheimen van de jaren 80. Ze brachten ook velen maanden door met het doorkruisen van de VS en ging men enkele malen de wereld rond op grote touren, inclusief de Sacred Heart tour van Ronnie James Dio, een van de groten uit die era.
Het was tijdens de Rough Cutt tour in Japan dat Paul besloot om er mee te kappen, vanwege interne verschillen van opvattingen, hoe de muziek zou moeten klinken. Het toeval wilde dat Quiet Riot op hetzelfde ogenblik ook in Japan onderweg was en men hun langdurige zanger Kevin DuBow kort geleden ontslagen had en dat Wendy Dio hem introduceerde aan de band en er een deal voor hem uit wist te slepen als nieuwe lead zanger van de band. De overgebleven leden van Rough Cutt gingen onder de naam Jailhouse verder. Naast zijn meesterlijke stem op het in 1989 uitgekomen album van Quiet Riot, QR genaamd, schreef hij ook mee aan alle 11 nummers op dat album, waarvan er 3, The Joker, Stay With Me Tonight en Callin te Shots op het best of.. album van de band zouden komen te staan. De intentie wsas een tweede album met Shortino als frontman, maar ondanks de schijnbaar vruchtbare samen werking met Tommy Lee en Russ Ballard, zouden interne strubbelingen, label politiek, procesvoeringen dit voornemen de das om doen. Shortino ging vervolgens verder op zijn eigen pad.
Naar voren kijkend sloeg Paul voor om een aantal projecten voor zichzelf op te starten, vaak gecombineerd met het samenwerken van de meest getalenteerde muzikanten, maar ook om zich te richten op zijn in Duitsland gestationeerde Shortino band. Het bezig zijn met diverse projecten lag Shortino wel, en aan deze visie heeft hij zich tot nu toe altijd gehouden. In 1989, vlak na zijn vertrek bij Quiet Riot nam Paul een aantal sessies in 1994 op voor een blues-heavy rock project met de naam Badd Boyz, waar ook bassist Sean McNabb en gitarist pur sang Mitch Perry aan deelnamen.Later opgenomen, maar voor 93 begon Paul een samenwerking met gitarist JK Northrup dat door Musicworks/ Rock Quarry als gelimiteerde 10 jarige jubileums uitvoering op vinyl gezet werd. Het werd opgenomen in een voormalig kippenbedrijf, de Prairie Sun Studio in Californie. Volgens Paul was Bye Bye to Love een van zijn favorieten. Toen men elkaar een aantal jaren later weer tegen kwam, bleek men nog zo gelijkdenkend dat men een tweede maal ervoor ging. Dit resulteerde in 2004 in Afterlife.
Met zijn eigen band tourde hij uitgebreid door Europa in de jaren 90. Shortino bracht in 1997 het album It's about Time uit, waarop de zoon van Paul de zang van het nummer Love of my Life voor zijn rekening nam. In deze tijd ontmoette Paul ook J.T. Garrett in een studio in LA. Er ontstond meteen een diepe vriendschappelijke band, die Shortino door de moeilijke tijd hielp die hij ervoer na de dood van zijn vader. Beide was men op zoek naar nieuwe samenwerkings verbanden en zij combineerden hun talent voor het eerst op het album Stand or Fall, door Paul Shortino en de Rhythm Junkies, en het kwam uit in 1999. Paul en J.T. schreven of deelden de taak van het schrijven de helft van de nummers.
Het maken van het album Stand or Fall overtuigde Paul ervan dat hij vanwege zijn creatieve visioenen hij zich zou moeten storten op het leren hoe een album te produceren, hij storte zich er volledig op en werd een ProTools Expert. Vlak hierna investeeerden hij en Garrett geld in een iegen studio, en MusicWorks/Rock Quarry was geboren. Geheel volgens zijn eigen eisen, wijdde hij zijn hart en ziel aan het opnemen van Sacred Place, een spiritueel hard rock manifest waarvan shortino ooit zei dat het vergeleken kon worden met Plant & Page ontmoeten Soundgarden, ontmoeten Aerosmith. Op de disk is inderdaad ex Aerosmith lid Jimmy Crespo te horen op gitaat, samen met andere all-stars als Carlos Cavazo, Chuck Wright en Howard Lees. Oorspronkelijk zag Shortino het project als een potentiele Rough Cutt reunie, maar dat kwam er nooit avn. Wat er overbleef was een van de beste sets ooit, die uitgebracht werd in 2002 als Paul Shortino's The Cutt, Sacred Place en de hitsingle Freedom.
In 2009 bracht Shortino Chasing My Dream uit, een samenwerkingsverband met de wereld bekende producer Michael Voss. Shortino voegt er aan toe, de nummers zijn verbluffend. Ik heb nieuwe inspiratie opgedaan om te schrijven en de nummers ook op te nemen. Nummers die van diep van binnen komen.
De volgdende release van Shortino zal die zijn als zanger van King Kobra, waarvan men zojuist een nieuwe CD heeft afgerond. Deze kwam uit in februari 2011. De band heeft alle oorspronkelijke leden weten te strikken, Carmine Appice, David Henzerling, Johnny Rod, Mich Sweda en Shortino die Mark Free op de lead-zang vervangt.
King Kobra heeft recentelijke de track Monsters and Heroes, digitaal uitgebracht, dit in ere van de onlangs overleden Ronnie James Dio, een goede vriend en mentor voor Shortino. Alle opbrengsten van het nummer worden gestort op de rekening van het Ronnie James Dio Kanker Fonds.
EventList powered by schlu.net